Excursie Enkhuizen 13 december
Een kerstdiner zat er niet in eind vorig jaar voor ons voorbije-horizonters. Dus zocht het bestuur van onze vereniging een goed alternatief. En kijk het werd zelfs een beter alternatief, het werd een dagje Enkhuizen.
De ontvangst was ‘s morgens in de voor ons speciaal gereserveerde wachtkamer der eerste klasse van het historische stationsgebouw uit 1885. Ook tussen de middag kwamen we hier weer terug voor de lunch evenals aan het eind van de dag voor de nazit.
Onze komst naar de haringstad gold vooral de Librije in de Westerkerk en de chirurgijnskamer van de stadsgeneesheer Pauludanus, beide uit de 16de, deels 17de eeuw en nog in authentieke staat. In die tijd was Enkhuizen een belangrijke stad, wat ook blijkt uit de lofzang van ConstantijnHuygens.
Enckhuijsen
Van enckel'-huijsen is groot Roomen opgegroeijt,
En ick van enckele. Groot Roomen heeft gegloeijt,
En ick ben platt gebrandt: groot Roomen is herboren,
En ick van niews herbouwt, beij beter dan te voren:
Groot Roomen heeft sijn jock den Spagnart opgedruckt,
En ick mijn' vrijen hals het Spaensche jock ontruckt.
Noordholland, hebt uw deel in d'eere van uw' Vrijheit,
Maer weet dat d' eerste steen van 'tgroote werck in mij leit;
En, quam de heele buert te deinsen tot den vall
Weet dat ick daer toe noijt den laesten leggen sal.
Na van de koffie met een petit four genoten te hebben, gaan we in twee groepen uiteen. De ene groep loopt via het Snouck van Loosenpark naar de Westerkerk en de andere groep onder leiding van een gids van oud-Enkhuizen naar het waaggebouw met de chirurgijnskamer. ‘s Middags na de lunch wisselen de groepen.
De haringstad Enkhuizen telt vele monumenten die herinneren aan haar grootse verleden. Het kan dus niet missen dat we onderweg naar de Westerkerk of de Waag andere monumenten tegenkomen die herinneren aan haar roemruchte verleden.
Eén van die monumenten is het Snouck van Loosenpark, het eerste particuliere sociale woningbouwproject in ons land. Onder de monumentale toegangspoort door wandel je het park binnen. Een ijzeren poort met aan beide zijden lantaarns en een gouden kroontje. Het park is opgericht uit de nalatenschap van Maria Margaretha Snouck van Loosen. De laatste telg uit een patriciërsgeslacht. Het in 1897 geopende park moest dienen voor arbeidersgezinnen. Christiaan Posthumus Meyes ontwierp de 50 chaletachtige arbeiderswoningen en één opzichterswoning. Het groen in het park was naar ontwerp van de landschapsarchitect Hendrik Copijn, die overigens met lede ogen moest toezien dat zijn aanplant het eerste jaar nauwelijks overleefde. Het park ligt op een gedempte haven en het zoute Zuiderzeewater had nog zijn invloed. Nadat er nieuwe grond was gestort, had Copijn meer eer van zijn werk.
Er waren wel wat restricties voor het wonen in het park. Zo waren huisdieren en openbare dronkenschap (het moet niet gekker worden) verboden. Wel was er in de jaren dertig tot na de oorlog een volière met pauwen, duiven en apen te vinden. Tegenwoordig is het park een monument en vallen de huizen nog steeds onder de sociale woningbouw.
Lange tijd leidde een van de ons bezochte monumenten een tamelijk verborgen bestaan: de Librije in de Westerkerk. Dit is de oudste nog in originele staat bewaard gebleven 16de eeuwse stadsbibliotheek van Nederland. Als je in het zuiderportaal van de Westerkerk het wenteltrapje naar boven betreedt, waan je je 400 jaar terug in de tijd.
Zo’n 600 in perkament of leer gebonden boeken wachten daar al eeuwen om gelezen of bewonderd te worden. En we mochten ze lezen, we mochten ze vasthouden en er in bladeren zoals onze voorouders vier eeuwen terug. Wat een sensatie!
De geschiedenis van de Librije gaat terug tot het einde van de 16de eeuw. De overdracht van het legaat boeken van predikant Gerardus Vesterman aan de kerkelijke gemeente in 1588 speelde daarbij een rol. En de Enkhuizer stadsdokter Bernardus Paludanus (1550-1633) heeft waarschijnlijk de zuidelijke aanbouw aan de kerk ten behoeve van de stadsbibliotheek gestimuleerd.
De collectie groeide uit tot een wetenschappelijke bibliotheek. Naast theologische werken van o.a. Augustinus en Erasmus, de Biblica Polyglotta van Plantijn, zijn ook de beroemde cruydtboecken van Dodonaeus en Clusius aanwezig in de boekenkasten. Werken van cartografen als Mercator en Blaeu ontbreken ook in deze boekerij niet. Halverwege de 18de eeuw stagneerde de groei van de boekencollectie. Gedurende de 19de eeuw belandde de Librije in de vergetelheid (en gelukkig maar!). Pas in de tweede helft van de vorige eeuw is de historische waarde herontdekt als monument voor wetenschap en geschiedenis.
Alvorens de Westerkerk te verlaten, staan we bewonderend stil bij het vroeg-renaissancistische Koorhek met volgens kenners het mooiste houtsnijwerk dat in de 16de eeuw in ons land gemaakt is.
Het is onbekend hoe dit prachtige werk al in 1542 in deze kerk terecht is gekomen. Er zouden zeven beeldsnijders aan gewerkt hebben naar tekening en onder leiding van één kunstenaar. Mogelijk was dat een leerling van Raphaël.
Er is in 1572 nog aan het hek gewerkt. In dat jaar is de Gommaruskerk aan de Hervormden overgedragen. Mogelijk betreft het een herstel van een toen ontstane beschadiging.
Aan de oostkant van het koorhek prijkt in het midden het wapen van Keizer Karel V, met de spreuk “Plus Oultre” (“Steeds Verder”). Het koorhek was oorspronkelijk voorzien van koperen spijlen. Die zijn in 1673 weggenomen om te worden gebruikt voor de aanmaak van oorlogsmateriaal.
Een ander hoogtepunt van ons bezoek is de Waag met de collegezaal van Pauludanus. De Waag dateert van 1559 en heeft gedurende de afgelopen eeuwen uiteenlopende functies gehad. Uit haar vroegste jaren is zelfs het originele weegmechanisme bewaard gebleven. Het is een van de weinige gebouwen in Noord-Nederland uit de periode van de vroege Hollandse renaissance. Het gebouw heeft zowel aan de voorzijde als de zijkant een topgevel en de dakrand is versierd met vijf beelden die gerechtigheid, hoop, geloof, liefde en kracht symboliseren. Op de voorgevel zijn tevens drie schilden te zien, namelijk dat van Holland, van Filips II en van Enkhuizen zelf.
Vanaf 1636 was er ook een chirurgijnskamer gevestigd in de Waag, evenals een vergaderruimte en een collegezaal. Deze verdieping van de Waag werd ter beschikking gesteld aan het gilde van dokters en chirurgijns. De aanwezigheid van de chirurgijns is terug te zien in de ramen en het interieur.
In de gebrandschilderde ramen zijn de namen en de wapens aangebracht van de chirurgijns die in Enkhuizen actief waren tussen 1639 en 1654. In een wachtkamer op de verdieping van de chirurgijns is een kast beschilderd met de personen Hippocrates en Galenus met in hun midden een geraamte en de spreuk ‘Mors ultima linea rerum’ oftewel “De dood is de uiterste grens der dingen”.
Maar wij gaan voorlopig levenslustig verder en zien aan het begin van de Zuider Havendijk tussen twee gigantische platanen het standbeeld van Bernardus Paludanus in een lange mantel met een boek onder zijn arm. De Havendijk aflopend komen via het Spui bij de Oude Haven met de alom bekende Drommedaris.
Schuin tegenover deze oude stadspoort ligt het fraaie Snouck van Loosenhuis. Met zijn 18de eeuwse hoge natuurstenen stoep, zijn gebeeldhouwde daklijsten en aangrenzende koepel onderscheidt de statige koopmanswoning zich sterk van de overige huizen en huisjes langs het water. De woning werd in 1741 gebouwd voor Mr. Dirk Semeijn van Loosen en zijn echtgenote Maria Bontekoning, een voornaam echtpaar. Zij was een telg uit de familie van Amsterdamse houthandelaren, hij werd tijdens de bouw voor de achtste maal tot burgemeester gekozen en was onder meer bewindhebber van de VOC.
Maar de huidige Enkhuizers kennen het pand niet anders dan als bejaardentehuis. Sinds 1893 bood het plaats aan acht dames die hier hun laatste jaren sleten, uitkijkend over de binnenkomende- en uitvarende schepen. Het voldeed echter niet meer aan hedendaagse wooneisen en sinds 1998 staat het huis leeg.
Vermeldenswaard is nog het Snouck van Loosenfonds. In 1885 overleed de laatste dochter Margaretha Maria Snouck van Loosen (1807-1885), die een vermogen van bijna negen miljoen naliet. Het grootste deel van dit bedrag werd ondergebracht in een fonds, het Snouck van Loosenfonds. Twee aandelenmakelaars werden aangesteld om het vermogen volgens vastgestelde regels te beheren tot heil van de Enkhuizer stadgenoten.
Uit deze nalatenschap kwamen verschillende initiatieven voort, met name het Snouck van Loosenziekenhuis (1900) en het Snouck van Loosenpark (1897). Alleen het voormalige woonhuis van de familie is nu nog in bezit van dit fonds. Het Snouck van Loosenziekenhuis is in 1975 gesloten als ziekenhuis en het Snouck van Loosenpark is verkocht aan de gemeente Enkhuizen en de woningen aan een woningbouwvereniging.
Begeleid door de klanken van het carillon van de trouwe wachter aan de haven lopen we mijmerend over de tijden van weleer terug naar onze wachtkamer voor de nazit met een bitterbal. Bitter is het gedicht van Eric van der Steen dat Hans Besseling altijd op zak heeft (toch Hans?) en waar we deze dag mee besluiten. Overigens die regen uit het gedicht trof ons niet, het was een prachtige 13de december 2022.
Het carillon zingt helder door den regen,
den bleeken regen van mijn vaderland,
en kleine grijze golven breken tegen
de leege schepen aan den waterkant,
en als het stil wordt nemen allerwegen
de oude dagen weder overhand:
hier hebben schepen uit den Oost gelegen,
het regent en de haven is verzand,
de lichte jaren zijn voorbij gevlogen
nog wachten huizen in een smalle rij,
zij staren over zee met moede oogen:
de hoop laat niets, geen mensch, geen ding, meer vrij,
zij wachten en wat zingt de hoop? Een logen,
want ‘t regent zacht en ‘t is voorgoed voorbij.