Contactformulier

Naam

E-mail *

Bericht *

donderdag 21 november 2019

Activiteit 40 op dinsdag 12-11-2019 Leiden

LEIDEN, waar REMBRANDT op 15 juli 1606 het licht zag



De goden waren op dinsdag 12 november ons niet echt gunstig gezind: we hadden bij een lage temperatuur af en toe te maken met pittige buien. Ondanks deze weersverwachtingen waren er 36 deelnemers naar Leiden gekomen. Na de ontvangst met koffie en thee in Stadscafé Van der Werff zijn wij in drie groepen, elk met een gids van het Leidse Gilde,  de voetsporen van  Rembrandt gaan volgen. In iets meer dan anderhalf uur kwamen we langs de historische Rembrandtlocaties, waaronder zijn geboorteplek, het atelier van zijn leermeester Van Swanenburgh, en de Latijnse School die de jonge Rembrandt heeft bezocht. Onze groep heeft o.m. stilgestaan bij de hieronder genoemde plekken en monumenten; Leiden is er maar liefst 3.000 rijk.

De Stadstimmerwerf


waar Rembrandt (7 jaar) getuige was van de voltooiing.
De Put: als molenaarszoon had hij ook de verhuizing meegemaakt van molen De Put naar de huidige plek, net over de brug vlak bij zijn ouderlijk huis. Afbeeldingen van molens getuigen van Rembrandts voorliefde voor deze bouwwerken.
Rembrandts geboortehuis: van zijn geboortehuis in de Weddesteeg is geen steen meer over, slechts de gevelsteen is daar stille getuige van; 


(Leiden is in het verleden slordig omgegaan met de erfenis van haar beroemdste zoon, met als dieptepunt in 1977 de sloop van Rembrandts geboortehuis t.b.v. nieuwbouw.) Het is evenwel mogelijk virtueel door zijn geboortehuis te lopen via ‘erfgoedleiden.nl’)
Het ‘Academiegebouw’ ofwel de Universiteit (uit 1575), in voormalig Dominicanessenklooster, aan het Rapenburg. Op 20 mei 1620 werd Rembrandt hier op veertienjarige leeftijd – in die tijd gold zo’n jonge leeftijd niet als uitzonderlijk - als letterenstudent (spookstudent) ingeschreven.
(De reden van zijn inschrijving had waarschijnlijk meer te maken met de privileges, zoals vrijstelling van drankbelasting en van burgerwachtdienst (de schutterij). Hij heeft naar alle waarschijnlijkheid nooit college gevolgd.)
Het Gravensteen: de geschiedenis gaat terug tot het begin van de 12e eeuw en het gebouw behoort tot de oudste stenen gebouwen in Leiden. Oorspronkelijk de gevangenis van de Graven van Holland. Het plein diende als openbare executieplaats.
De Latijnse School:
(voorloper van het gymnasium.) Rembrandt ging hier vanaf zijn zevende naar school. Tekenen, bijbelse geschiedenis, klassieke letteren zaten in het lesprogramma; vooral de laatste twee vakken hebben indruk op hem gemaakt en zijn van invloed geweest op zijn onderwerpkeuze voor zijn tekeningen en schilderijen.
Pieterskerk: (begin 12e eeuw) Het bouwen  van deze kerk heeft 180 jaar gekost. Rembrandts ouders kwamen regelmatig in de Pieterskerk, ze zijn er getrouwd en uiteindelijk ook begraven. In 1640 reisde Rembrandt vanuit Amsterdam terug naar Leiden om daar bij de begrafenis van zijn moeder te zijn.
Young Rembrandt Studio’: in dit zeventiende huis/atelier (Langebrug 89) leerde Rembrandt in zijn beginjaren (1620-1623) tekenen, schilderen en etsen van zijn leermeester en historieschilder

  
Jacob van Swanenburgh (magistraat en artistieke duizendpoot). Je krijgt in zeven minuten via video-mapping een indruk van enkele sleutelfiguren en werken in Rembrandts leven. 
De Vismarkt en de Koornbrug: rondom het Stadhuis was het rond 1600 een levendige bedoening.
De Visfontein tegenover het Stadhuis (1693) is door het stadsbestuur geplaatst om de handelaren op de vismarkt van zuiver water te voorzien, vanwege de hygiëne. Twee waterreservoirs op de Burcht voorzagen de Visfontein. De Koornbrug is een vaste, stenen boogbrug met dubbele overkapping. Eeuwenlang werd er op de brug koren verhandeld. Onder het dak werd het koren opgeslagen.
De Burcht



het was een omheinde vluchtplek voor mensen en hun vee tegen mogelijke belagers. Het bouwwerk staat midden in Leiden, op de plek waar de twee rivierarmen van de Rijn samenvloeien. In de tijd van Rembrandt was de burchtheuvel beplant met fruitbomen. 
De Lakenhal


dit gebouw stamt uit 1642 en geldt als een van de hoogtepunten van het Hollands classicisme. Tot 1800 werd het beroemde ‘Leidse laecken’ (zwaar, wollen stof die werd gebruikt voor deftige kleding) hier gekeurd door gouverneurs en staalmeesters van het lakengilde; bij goedkeuring van de kwaliteit werd het gemerkt met een loden zegel en pas daarna verhandeld. In 1823 verloor de Laeken-Halle deze functie als gevolg van het verval van de textielnijverheid en kwam het gebouw in gebruik als Kamer van Koophandel en cholerahospitaal. In 1874 werd het stadsmuseum voor kunst, kunstnijverheid en geschiedenis van Leiden.  

Momenteel is er in het museum de overzichtstentoonstelling van het jongste werk van
Rembrandt Harmensz. van Rijn (1606-1669): Jonge Rembrandt – Rising Star. De tentoonstelling omvat 40 schilderijen, 70 etsen en 10 tekeningen en laat zien hoe het meestertalent in de periode 1620-1634 tot bloei kwam. Naast werk van Rembrandt zelf bevinden zich ook werken van Lastman, Lievens, en Van Swanenburgh.
Er hangen bijzondere bruiklenen uit binnen- en buitenland, onder andere het Zelfportret (1628) van Rembrandt, verder twee werken uit de eigen collectie: zijn vroegste, bekende werk de Brillenverkoper (1624) en Historiestuk met zelfportret van de schilder (1626).
Boeiend zijn de zelfportretten waarop je hem met verschillende gelaatsuitdrukkingen ziet afgebeeld: grijnzend, lachend, stuurs, turend, verbazend. Zij dienden als oefeningen in gezichtsuitdrukkingen en lichtval. De meeste etsen dateren uit zijn Leidse periode (1628-1630).
Zijn getoonde portretten zijn realistisch gedetailleerd met een rijk kleurenpalet. Het clair-obscur (licht-donkercontrasten) speelde toen al een rol in zijn werk. Daarnaast schildert Rembrandt historiestukken, voorstellingen ontleend aan de klassieke oudheid, bijbelse vertellingen en mythologische verhalen en de vaderlandse geschiedenis.
 Er valt heel veel meer over Rembrandts oeuvre te vertellen, maar het beste is zijn werk in het museum van nabij te bekijken en te bestuderen. Dit laatste zag ik enkele deelnemers doen en  daarvoor rustig de tijd namen. Inderdaad bewonderenswaardig wat de jonge Rembrandt toen reeds voortbracht!

Niet onvermeld mag blijven dat Leiden heel veel hofjes telt, maar liefst 35. Onderweg hebben wij nog enkele van de verstilde plaatsen betreden, waar de gids ons verzocht rekening te houden met de privacy en de rust van de bewoners (lees: studenten). De Hofjesroute is echter een thema apart. 
Ja, Leiden bezit veel historische monumenten en plekken en ons korte bezoek heeft velen van de groep doen overwegen nog eens een bezoek te brengen aan deze stad. Zij wordt volgens mij dan ook niet voor niets ook wel ‘Stad van Ontdekkingen’genoemd.  

Leiden kent ook vele muurgedichten, 120 om precies te zijn!
Op weg naar de Burcht in de Burgsteeg werden wij gewezen op het volgende gedicht: Dit gedicht wervelt over de muur. Het is speels, maar heeft een serieuze ondertoon: de angst voor tornado's bestaat echt.


De Amerikaanse dichter Louis Oliver is als afstammeling van de Gouden Wasberen-stam, een Creek indiaan.

Enthousiasme bleek uit de verhalen tijdens de uitstekende lunch in het warme Koetshuis van de Burcht en tijdens de gezellige nazit bij Stadscafé Van der Werff was men – elk op zijn of haar manier - verwonderd wegens Rembrandts vroege werk en in het museum verrast door de collectie van oude meesters als Lucas van Leyden en Jan Steen, en van  ‘moderne’ kunstenaars als Theo van Doesburg, Jan Wolkers en Erwin Olaf.
Al met al was het een inspirerende en verbindende dag in ‘Rembrandtstad’!
Tot slot zou ik willen toevoegen dat wie meer over onze nationale held Rembrandt van Rijn te weten wil komen, ik het boek Schilderslief van schrijfster Simone van der Vlugt aanraad.

Ton Reisner




Geen opmerkingen:

Een reactie posten