Contactformulier

Naam

E-mail *

Bericht *

maandag 10 oktober 2022

Rondleiding Edam (65-1), stadje met een rijk verleden

 Het weer zat gelukkig mee op de dag van de rondleiding in het authentieke, oude stadscentrum  van Edam. De dertig deelnemers hadden er zin in en de drie stadsgidsen hadden te maken met een leuk en geïnteresseerd gezelschap. Wij zijn gestart bij een - voor ons exclusief opengesteld - bijzonder kerkgebouw en geëindigd bij de grootste hallenkerk van Nederland. De tijd was te kort om alle bezienswaardigheden die de stad rijk is te bezoeken, maar wat er tijdens de wandeling is verteld en welke monumenten we hebben bezocht, is hieronder afzonderlijk kort uitgewerkt. De informatie is zeker niet volledig, maar ze is misschien aanleiding het pittoreske Edam nog een keer dan wel nogmaals te bezoeken.

Na afloop van de rondleiding sloten wij de middag af in het sfeervolle hotel-restaurant De Fortuna waar een ieder van de gelegenheid gebruik maakte om na te praten onder het genot van een drankje en een borrelhapje. 

Welnu, om dichtbij een nationaal pareltje te vinden, hoeven wij niet zo ver te zoeken! De gidsen hebben hun kennis graag met ons gedeeld en bovendien ons laten genieten van dit voormalige Zuiderzeestadje, dat een rijk verleden kent.

Mede dankzij de kennis en inzet van historische vereniging Oud Edam, hoeder van beschermd stadsgezicht, kan men nog steeds genieten van de monumenten en geveltjes in het stadshart en heeft Edam sinds 1973 de status van beschermd stadsgezicht.


Ontstaan Edam

Edam is ontstaan aan een dam die in de voormalige Zuiderzee uitkwam. In de 12e eeuw al vestigden zich er boeren en vissers aan de Ye. Uit de nederzetting is Edam ontstaan. (Sinds 1 januari 2016 samen met Volendam de gemeente Edam-Volendam, gelegen aan het Markermeer.)

De oorspronkelijk naam was Yedam; de stad ontleent haar naam aan een waterloop de E of Ye en een dam, die er werd opgeworpen. Het plaatsje kreeg in 1357 stadrechten van graaf Willem V. Edam beleefde haar grote bloei in de zeventiende eeuw, toen zij een belangrijke zeehandel had met o.m. Nederlands-Indië, Scandinavische  en Duitse landen. De Edammer kazen werden eeds in de vijftiende eeuw verhandeld. 

Aangezien de getijden te veel van het achterland wegvraten, was het nodig uitwaterende sluizen aan te leggen, waardoor Edam niet meer aan de open Zuiderzee lag en de handel via zee in verval kwam. Nu wordt de haven gebruikt voor de pleziervaart.

Omstreeks 1630 vestigden zich in de plaats ook Lutherse emigranten uit Holstein en  Denemarken; zij hielden huisdiensten waarin een preek of tekst van Luther werd voorgelezen, totdat de overheid deze bijeenkomsten verbood. In 1647 echter werd de Lutherse Gemeente officieel gesticht.

In de ontmoetingsruimte in de protestantse kerk De Swaen, voorheen de Lutherse Kerk aan de Voorhaven 135 werden wij vanaf 13:00 verwacht.  In de hoge, sober ingerichte ruimte heette het beheerdersechtpaar ons van harte welkom. Kannen met koffie, thee en een schaal met gevulde koeken waren op lange tafels klaar gezet, die verspreid stonden op de rode, zandstenen vloer met geveegd zand (traditioneel om de vloer schoon te houden).

Het hoge, houten tongewelf zorgt voor een goede akoestiek en daardoor wordt het kerkgebouw geregeld gebruikt voor muziekuitvoeringen en lezingen. Bijzonder zijn het doophek met koperen bogen (1742) en het orgel, vervaardigd door Bätz, dat al in 1809 in de kerk is geplaatst.


De Swaen en de oorsprong van de naam

Vanaf 1600 horen Luther en de afbeelding van de zwaan bij elkaar, met name in Nederland.

Er was in Tsjechië een hervormingsgezinde priester genaamd Johannes Hus, wiens achternaam ‘gans’ betekent.  …. Ganzen werden in strikken gevangen, terwijl andere vogels – door Gods genade en hun bouw wel hoog konden vliegen; zij zouden hun hinderlagen vernietigen. Luther maakte er in 1531 van: Hus heeft voor mij voorspeld: gij zult een gans braden, maar over honderd jaar zult gij een zwaan horen zingen, die zult gij moeten verdragen. De zwaan zie je dan ook op verschillende plekken in de  en buiten de kerk terug: o.a. in de het glas-in-loodraam achter de preekstoel en op de voorgevel.




 Het gebouw heeft tijdelijk gediend als stadhuis, tot de voltooiing van het nieuwe Raadhuis aan het Damplein in 1737. De stadsbestuurders besloten toen het vervallen gebouw te schenken aan de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Edam. De kerk zonder toren diende een tijd als Evangelisch Lutherse Kerk, maar is sinds de fusie van kerkgenootschappen (2004) opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland, kortweg (PKN). De tussen woonhuizen gebouwde zaalkerk is voorzien van drie grote rondboogvensters, en onder een versierde kroonlijst een reliëf van een zwaan. Boven het natuurstenen deurportaal herinnert een rijmspreuk (1740) aan de gemeentelijke medewerking en schenking van de grond. (… ‘MEN DANKE GOD EN D’ACHTB’E RAAD/DOOR WELKERS GUNST DIT HYIJS HIER STAAT’.


Het Proveniershuis

 Wij konden een kijkje nemen in het Proveniershuis op een van de mooiste en meest sfeervole plekjes in de stad. De Regentenkamer en de vijftien karakteristieke, kleine huisjes van de ‘Proeve’ stammen uit 1555. Aanvankelijk gebouwd voor armlastige, bejaarde inwoners van Edam. (Een provenier is iemand die van ‘preuves’(giften) leeft; men had gratis kost en inwonin. De bijna haaksstaande woninkjes kijken uit op een prachtige tuin met fruitbomen die voor een groot deel door de bewoners wordt onderhouden.


De Grote of Sint-Nicolaaskerk

 De Grote of Sint-Nicolaaskerk, beroemd om haar 32 gebrandschilderde ramen,  ligt in noordwestelijke hoek aan de rand van de stad. De legende is dat  men midden in de stad een stier had losgelaten en een kerk zou bouwen op de plek waar het dier zou gaan rusten. In werkelijkheid maakte het kerkgebouw deel uit van de stadsuitbreiding aan het begin van de vijftiende eeuw. De van  oorsprong eenvoudige kruiskerk werd in de loop van de tijd uitgebreid (verbreed en verlengd), waardoor een zogeheten hallenkerk (83 x 35,5 m) ontstond. In 1602 was de bliksem in de toren ingeslagen en ontstond een grote brand waarbij de kerk grotendeels was afgebrand.  Men ging zo snel als mogelijk beginnen met de herstelwerkzaamheden waarbij o.m. de natuurstenen kolommen werden hersteld en gepleisterd. De huidige toren is 42 m hoog. Talloze Hollandse steden  en bestuurlijke organisaties hebben toen gebrandschilderde vensters geschonken. In het begin en midden van de vorige eeuw vond er een grondige restauratie plaats van het glas, de kolommen en de fundering. De uitleg over de geschiedenis van het kerkgebouw en de toren, het hoofdorgel, de muurschilderingen, de aankleding (uit dezelfde periode), het meubilair, de preekstoel uit 1649, over de gebrandschilderde ramen en de vele grafzerken in de vloer (1590 tot 1830 is er in de kerk begraven), zorgde voor vele vragen. Wegens een uitvaartdienst konden wij pas later in de kerk terecht, waardoor wij niet in de de librije zijn geweest met de talloze boeken, waaronder de vijf oudste incunabelen (wiegendrukken) uit de vijftiende eeuw.

De Speeltoren (15e en 16e eeuw)

De scheef gezakte toren maakte deel uit van de Onze Lieve Vrouwekerk, de zogeheten Kleine Kerk. Deze verkeerde in een bouwvallige staat en werd daarom in 1883 grotendeels afgebroken en op de vrijgekomen plaats werd een onderkomen gebouwd voor de ‘Franse school’. (Naast de gewone leervakken werd er namelijk ook Frans onderwezen.) In 1972 werd de school gesloopt. De toren liet men staan. De 37 klokken van het carillon werden door de, uit 1561 afkomstige, speeltrommel eerst elektromechanisch in werking gesteld en tegenwoordig gebeurt dat computergestuurd.Bij de uitbreiding hangt een gedeelte van de klokken buiten de open lantaarn. Op bijzondere dagen espeelt de stadsbeiaardier zelf het carillon, bijvoorbeeld op 5 mei.




Geveltypes

De gids wees ons op de verschillende geveltypes, aangevend de bouwstijlen, zoals romaans, gotisch, classisistisch. Bij de toelichting kwamen o.a. de volgende gevelnamen voorbij: houten topgevel (1140-1500),  trapgevel (1600-1665),  tuit- of puntgevel (1620-1720), halsgevel (1640-1780),  lijstgevel(1660-1670), klokgevel (1660-1790). Ze geven je inzicht in de geschiedenis van een pand en ze zijn uiteraard beeldbepalend voor een stad.


Kaaswaag (vanaf 1570 eeuwigdurend recht van een kaaswaag gegeven)

Al in de zeventiende eeuw behoorde de kaasmarkt van Edam tot de belangrijkste van Holland. Langs de kades staan nog enkele voormalige kaaspakhuizen; het vervoer ging decennia lang per schip, vandaar de ligging aan het water, bijvoorbeeld aan de Voorhaven.


Scheepswerf Groot Slot

De scheepsbouw kwam halverwege de zestiende eeuw tot bloei, nadat Edam  toestemming had gekregen een haven naar zee te graven. De stad telde ooit 33 scheepswerven. Het kleine scheepswerfje, Scheepswerf Groot genaamd, heeft zijn functie aan het Boerenverdriet (watergedeelte) in hartje Edam tot op heden nog behouden.


Kwakelbrug (18e eeuw)

 De Kwakelbrug is een ophaalbrug  De benaming is gebaseerd op de algemene vorm van bruggen, die kwakels worden genoemd. Een kwakel is een hoge, smalle voetgangersbrug met een vlak middengedeelte en beide kanten schuine plankieren met dwarslatten.

Het is een van de weinige houten ‘wipbruggen’ die Edam nog rijk is. Met behulp van een juk en een ‘spriet’ gaat de brug omhoog en omlaag.










Geen opmerkingen:

Een reactie posten